HR 31 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:808

OM-cassatie en cassatie betrokkene. Profijtontneming, w.v.v. uit witwassen (meermalen gepleegd). Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr. Hof heeft w.v.v. geschat op € 638.051 en aan betrokkene na vermindering wegens in strafzaak verbeurdverklaarde auto’s en geldbedragen een betalingsverplichting opgelegd van € 315.524. 1. OM-cassatie. Dienen in strafzaak verbeurdverklaarde voorwerpen in mindering te worden gebracht op opgelegde betalingsverplichting, nu verbeurdverklaring t.t.v. uitspraak hof in ontnemingszaak nog niet onherroepelijk was? Art. 33a.1.b Sr (grondslag in strafzaak) en opbrengsten van witwassen (vaststelling ontnemingsrechter). 2. Cassatie betrokkene. Verweer dat bij kasopstelling is uitgegaan van te laag startsaldo aan contanten. Ad 1. ’s Hofs arrest in strafzaak is a.g.v. niet-ontvankelijkverklaring van cassatieberoep bij arrest van HR onherroepelijk geworden. Nu verbeurdverklaring bij onherroepelijke uitspraak is gelast, heeft OM geen belang meer bij klacht. HR merkt onder verwijzing naar HR:2016:874 op dat door verbeurdverklaring van voorwerpen die kunnen worden aangemerkt als opbrengst van strafbaar feit, kan worden bereikt dat aan veroordeelde w.v.v. wordt ontnomen. Wordt in zo’n geval ook maatregel van ontneming van w.v.v. opgelegd, dan dient, i.v.m. reparatoir karakter van die maatregel, waarde van het onder betrokkene inbeslaggenomen en in zijn strafzaak verbeurdverklaarde voorwerp in mindering te worden gebracht op de aan betrokkene op te leggen betalingsverplichting. Ter verduidelijking voegt HR daaraan toe dat ook als hiervoor bedoelde verbeurdverklaring t.t.v. uitspraak van ontnemingsrechter nog niet onherroepelijk is, ontnemingsrechter de waarde van verbeurdverklaarde voorwerpen in mindering kan brengen op de aan betrokkene op te leggen betalingsverplichting. Ontnemingsrechter is daartoe echter niet verplicht. In het geval dat rechter de waarde van verbeurdverklaarde voorwerpen niet in mindering brengt omdat verbeurdverklaring nog niet onherroepelijk is, kan betrokkene nadien (als uitspraak waarin die verbeurdverklaring is uitgesproken, wel onherroepelijk is geworden) verzoek doen a.b.i. in art. 6:6:26 lid 1 Sv. Ad 2. HR: art. 81.1 RO. Volgt verwerping. Vervolg op 20/00381 (niet gepubliceerd; strafzaak, art. 80a RO).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken