HR 10 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:681

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op partijen teakhout uit Myanmar t.z.v. verdenking van illegale invoer van teakhout in strijd met art. 4 Europese Houtverordening, witwassen en deelname aan criminele organisatie. Absolute competentie, bevoegdheid economische raadkamer. Was gewone raadkamer bevoegd kennis te nemen van klaagschrift, nu klaagster wordt verdacht van o.a. economisch delict? Art. 38.1 WED bepaalt dat economische delicten worden behandeld en beslist door economische kamers van Rb. O.g.v. art. 39.1 WED behandelen en beslissen economische kamers ook zaken betreffende strafbare feiten die geen economische delicten zijn, indien Rb bevoegd is tot kennisneming van die strafbare feiten en die strafbare feiten zijn begaan in samenhang met een of meer economische delicten, en die strafbare feiten ten laste zijn gelegd samen met een of meer van die economische delicten. Berechting door andere dan economische kamer is o.g.v. art. 39.2 WED mogelijk indien economische delicten zijn begaan in samenhang met een of meer strafbare feiten, niet zijnde economische delicten waarvan Rb bevoegd is kennis te nemen en die economische delicten ten laste zijn gelegd samen met een of meer van die andere strafbare feiten. Gelet op deze wettelijke systematiek moet worden aangenomen dat, in geval dat verdenking bestaat dat economische delicten en niet-economische delicten in samenhang met elkaar zijn begaan, zowel een economische raadkamer als niet-economische raadkamer kan optreden als raadkamer. P-v van behandeling klaagschrift en beschikking Rb houden niet in dat behandeling is gedaan en beslissing is gegeven door economische raadkamer. Gelet op verdenkingen was echter ook niet-economische raadkamer bevoegd om klaagschrift te behandelen en daarop te beslissen. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen