HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:496

Beschikking, vordering tot tenuitvoerlegging a.b.i. art. 6:6:21.1 Sv. Hof (penitentiaire kamer) heeft veroordeelde n-o verklaard in hoger beroep tegen beschikking Rb, strekkende tot tul van voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel vanwege niet-naleving van een bij voorwaardelijke veroordeling gestelde bijzondere voorwaarde, op de grond dat hiertegen geen h.b. openstaat. Ontvankelijkheid cassatieberoep (art. 6:6:7 Sv) en gevolgen Wet USB. Staat cassatieberoep open tegen op zichzelf staande beslissing van penitentiaire kamer van hof m.b.t. vordering tul? HR: Op redenen vermeld in CPG kan HR cassatieberoep van veroordeelde niet in behandeling nemen. CPG: Beslissing Rb tot tul van voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel is aan te merken als beslissing a.b.i. art. 6:6:21.1 Sv, terwijl hof veroordeelde n-o heeft verklaard in ingesteld beroep tegen beslissing Rb. Ingevolge art. 6:6:7 Sv zijn rechterlijke beslissingen inzake tul niet aan enig gewoon rechtsmiddel onderworpen, v.zv. in hoofdstuk 6 van boek 6 Sv niet anders is bepaald. Een bepaling waarin cassatieberoep tegen beslissing van penitentiaire kamer van hof wordt opengesteld, ontbreekt. Veroordeelde n-o. CPG gaat in op wettelijke regeling van beroep tegen beslissing tot tul van voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel en wijzigingen die Wet USB in dit verband heeft meegebracht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen