HR 15 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:338
Gewoonte maken van het in bezit hebben van kinderporno en verspreiden en aanbieden van kinderporno door gedurende lange periode via internet grote hoeveelheid digitale foto- en filmbestanden met kinderporno te verzamelen, art. 240b Sr. 1. Proeftijd van 6 jaren, art. 14b.2 Sr. Kon hof proeftijd van 6 jaren opleggen op de grond dat is voldaan aan voorwaarde dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat veroordeelde wederom misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor onaantastbaarheid van lichaam van een of meer personen? 2. Toezichtgeoriënteerde gedragsvoorwaarde, art. 14c Sr. Kon hof als bijzondere voorwaarde opleggen dat veroordeelde meewerkt aan controle van digitale gegevensdragers tijdens huisbezoek? Ad 1. Hof heeft geoordeeld dat is voldaan aan de in art. 14b.2 Sr genoemde voorwaarde dat “er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat veroordeelde wederom misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor onaantastbaarheid van lichaam van een of meer personen”. Dat oordeel is niet begrijpelijk aangezien hof geen feiten en omstandigheden heeft vastgesteld waaruit gedragingen van verdachte kunnen worden afgeleid die onmiskenbaar zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor onaantastbaarheid van lichaam van een of meer personen in de zin van art. 14b.2 Sr, terwijl misdrijven waaronder bewezenverklaarde is gekwalificeerd ook niet zonder meer kunnen worden gekarakteriseerd als misdrijven die dergelijke gedragingen omvatten (vgl. HR:2018:894). Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2020:1215, inhoudende dat bijzondere voorwaarde a.b.i. art. 14c.2.14 Sr gedrag van veroordeelde dient te betreffen, en uit HR:2021:1403, inhoudende dat regelingen van art. 14c.3.b Sr en art. 6:3:14 Sv er niet aan in de weg staan dat bijzondere voorwaarde a.b.i. art. 14c.2.14 Sr wordt gesteld die ertoe strekt toezicht op andere door rechter o.g.v. art. 14c.2 Sr gestelde bijzondere voorwaarde(n) mogelijk te maken of te bevorderen. Door hof gestelde bijzondere voorwaarde dat veroordeelde “meewerkt aan controle van digitale gegevensdragers tijdens huisbezoek” voldoet niet aan hiervoor genoemde eisen en is daarom in strijd met art. 14c.2.14 Sr. Hoewel hof voldoende duidelijk tot uitdrukking heeft gebracht dat deze bijzondere voorwaarde het toezicht op naleving van bijzondere voorwaarden beoogt te regelen, blijkt uit voorwaarde immers niet met welke frequentie en op welke wijze controles van gegevensdragers mogen worden uitgevoerd, welke functionarissen daarbij betrokken mogen zijn en hoe is gewaarborgd dat persoonlijke levenssfeer van verdachte daarbij niet verdergaand wordt beperkt dan nodig is voor beoogd toezicht. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl