HR 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:894
Duur proeftijd van voorwaardelijk deel van opgelegde gevangenisstraf 5 jaar bij veroordeling t.z.v. gewoonte maken van verspreiden, aanbieden en bezit kinderporno, art. 14b.2 Sr. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat is voldaan aan de in art. 14b.2 Sr genoemde voorwaarde dat "er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen". Dat oordeel is niet begrijpelijk aangezien het Hof geen f&o heeft vastgesteld waaruit gedragingen van verdachte kunnen worden afgeleid die onmiskenbaar zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen in de zin van art. 14b.2 Sr, terwijl de misdrijven waaronder het bewezenverklaarde is gekwalificeerd - een gewoonte maken van het verspreiden, en/of aanbieden, en/of in het bezit hebben van kinderporno - ook niet z.m. kunnen worden gekarakteriseerd als misdrijven die dergelijke gedragingen omvatten (vgl. ECLI:NL:HR:2017:524 en ECLI:NL:HR:2018:116). HR vernietigt t.a.v. vastgestelde proeftijd en bepaalt proeftijd op 2 jaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl