HR 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1316
Verduistering enkelband (art. 321 Sr). Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Bevestiging vonnis Pr met daarin slechts opgave van b.m., terwijl raadsman in h.b. vrijspraak heeft bepleit. Belang bij cassatie? Uit bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens verdachte ttz. vrijspraak is bepleit. Daarom had hof het vonnis alleen mogen bevestigen met de in art. 423.1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, die bestaat uit de in de eerste volzin van art. 359.3 Sv bedoelde weergave van inhoud van b.m. Geen cassatie, nu zowel aan primair (verduistering) als subsidiair (vernieling) tlgd. ten grondslag ligt dat verdachte een enkelband heeft verwijderd en dat hij zich van die enkelband heeft ontdaan, anders dan door teruggave aan Dienst Vervoer en Ondersteuning. Uit voor bewijs gebruikte verklaring van verdachte volgt dat verdachte die feitelijke gedragingen heeft bekend. Namens verdachte gevoerd verweer strekt er in de kern toe dat, uitgaande van die bekennende verklaring van verdachte, gedragingen moeten worden gekwalificeerd als vernieling en niet als verduistering. Middel klaagt enkel over volstaan met opgave van b.m. Gelet op voorafgaande heeft verdachte onvoldoende belang bij cassatie en terugwijzing met het oog op nieuwe behandeling van zaak. Volgt verwerping. Samenhang met 20/04409.
De uitspraak op rechtspraak.nl