HR 13 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1191

Diefstal (art. 310 Sr) en medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1 Sr). Taakstrafmaximum bij meerdaadse samenloop, art. 22c.2 en 63 Sr. Veroordeling tot gevangenisstraf van 2 dagen en taakstraf van 200 uren, terwijl in samenhangende zaak (HR:2022:1187) aan verdachte taakstraf van 100 uren is opgelegd. Is strafoplegging in strijd is met (ratio van) art. 22c.2 Sr, nu aan verdachte in 2 gelijktijdig behandelde, niet gevoegde zaken in totaal 300 uren taakstraf is opgelegd? HR herhaalt relevante overwegingen uit :HR:2006:AY8324, inhoudende dat uit wetsgeschiedenis weliswaar blijkt dat wetgever in art. 22c.2 Sr duur van taak- en werkstraf heeft beperkt tot resp. 480 en 240 uren, aangezien taak- en werkstraffen van langere duur minder effectief werden geacht, wet in geval van samenloop niet voorziet in nadere maximering. Opvatting dat wanneer o.g.v. art. 57 en (in geval van ongelijktijdige berechting of gelijktijdige berechting van niet-gevoegde zaken) 63 Sr regeling van meerdaadse samenloop van toepassing is, “cumulatie van taakstraffen begrensd dient te worden op 240 uur”, is (zoals blijkt uit hiervoor genoemd arrest van HR) onjuist. Samenloopregeling kent immers geen beperkingen over cumulatie van taakstraffen, terwijl ook titel II (“Straffen”) van Boek 1 van WvSr geen regels bevat over maximaal op te leggen taakstraf in geval van meerdaadse samenloop. Als meerdere strafbare feiten gevoegd worden behandeld, wordt o.g.v. art. 57 Sr voor deze feiten 1 taakstraf opgelegd, waarvan maximum in dat geval dus duur van 240 uren mag overschrijden. Volgt verwerping. Samenhang met 20/04245.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken