HR 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:893
Onderzoek Kapel naar Turks/Tilburgse criminele organisatie die zich bezig hield met gewelddadige handel in hard- en softdrugs. Deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr), (medeplegen) telen van hennep (art. 3.B Opiumwet), medeplegen drugsgerelateerde afpersing (art. 317.1 Sr), voorbereiding woningoverval (art. 46 jo. 312.2.2 en 317.1 Sr) en bezit van diverse vuurwapens (art. 26.1 WWM). Redelijke termijn in h.b. 16-maandentermijn of 2-jaarstermijn van toepassing, nu verdachte deel van behandeling in h.b. (ongeveer 5 maanden van in totaal ruim 26 maanden) in voorlopige hechtenis verkeerde? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2008:BD2578 m.b.t. beperkte toetsing in cassatie van oordeel van feitenrechter inzake redelijke termijn en gevallen waarin sprake is van overschrijding van redelijke termijn. Hof heeft vastgesteld dat redelijke termijn in h.b. is overschreden en heeft daarbij kennelijk tot uitgangspunt genomen dat verdachte niet in voorlopige hechtenis verkeerde, zodat behandeling van zaak in h.b. behoorde te zijn afgerond binnen 2 jaren nadat rechtsmiddel was ingesteld. Dat uitgangspunt is niet onbegrijpelijk, gelet op omstandigheid dat uit stukken blijkt dat verdachte tussen instellen van h.b. en uitspraak van hof ongeveer 21 maanden van ruim 26 maanden in vrijheid heeft doorgebracht. Volgt verwerping. Samenhang met 19/05598, 19/05600 P, 19/05498, 19/05617, 19/05687, 19/05738, 19/05777, 19/05732, 19/05967, 19/05773 en 19/05685.
De uitspraak op rechtspraak.nl