HR 8 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:801
Valsheid in geschrift, art. 225 Sr. Opzet op valsheid? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1986:AC9271 m.b.t. betekenis “valselijk opgemaakt” a.b.i. art. 225 Sr en opzet verdachte op valselijk opmaken van geschrift. Uit bewijsvoering kan, mede in licht van ttz. in h.b. gevoerd verweer – i.h.b. wat is aangevoerd over (naderhand door gemeente aangepaste) vraagstelling van formulier – niet z.m. worden afgeleid dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op valselijk opmaken van in bewezenverklaring genoemde geschrift. Door hof kennelijk als doorslaggevend in aanmerking genomen omstandigheid dat het op de weg van verdachte lag “zorg te dragen voor goede vertaling en voldoende informatie in te (laten) winnen over precieze betekenis van vragen bij gemeente alvorens vragen te beantwoorden en formulier te ondertekenen”, vormt onvoldoende grond voor dat oordeel. Bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl