HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:635
Diefstal van fiets door pakketbezorger, art. 310 Sr. 1. Kon hof (voorwaardelijk) verzoek tot verrichten van nader onderzoek naar GPS-meldingen, dat is opgenomen in de aan p-v van tz. in h.b. gehechte pleitnota van raadsman van verdachte, buiten behandeling laten op grond van overweging dat raadsman verzoek niet ttz. in h.b. heeft voorgedragen? 2. Verzuim te beslissen op verzoek om plaatsopneming, art. 318.1 Sv. Ad 1. P-v van tz. is in beginsel enige kenbron voor de op tz. in acht genomen vormen en inhoud van de op tz. afgelegde verklaringen van verdachte en is ook bepalend voor antwoord op vraag of en zo ja welke verweren zijn gevoerd en welke verzoeken verdachte en zijn raadsman hebben gedaan (vgl. HR:2005:AU1993). Hof heeft voorwaardelijk verzoek om nader onderzoek naar GPS-metingen te verrichten, dat is opgenomen in pleitnota, buiten behandeling gelaten, omdat raadsman dit verzoek niet op tz. in h.b. heeft voorgedragen. Gelet op wat hiervoor is vooropgesteld, is dit oordeel niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat p-v van die tz. niet inhoudt dat raadsman zijn pleitnota niet volledig heeft voorgedragen en evenmin passages van pleitnota door griffier zijn doorgehaald. Ad 2. Verzoek dat raadsman heeft gedaan om plaatsopneming te houden, dat is opgenomen in pleitnota, is verzoek tot houden van schouw a.b.i. art. 318 jo. 328 Sv, zodat uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek was vereist. Dat geldt ook wanneer verzoek voorwaardelijk is gedaan en, zoals i.c., daaraan gestelde voorwaarde is vervuld. P-v van tz. in h.b. en ook ‘s hofs uitspraak houden echter niet beslissing in op dit verzoek. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl