HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:511

Diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking t.b.v. hennepkwekerij, art. 311.1.5 Sr). Bewijsklacht. Indien aantreffen van hennepkwekerij gepaard gaat met aantreffen van aanwijzingen dat elektriciteit die wordt gebruikt voor die kwekerij ‘buiten meter om’ wordt afgenomen en verdachte op die grond (ook) diefstal van elektriciteit wordt verweten, verdient diefstal zelfstandige aandacht in bewijsvoering. Betrokkenheid van verdachte bij hennepteelt brengt op zichzelf nog niet mee dat hij zich ook schuldig maakt aan opzettelijk wegnemen van daarbij gebruikte elektriciteit (vgl. HR:2018:390). Bij die bewijsvoering kan o.m. van belang zijn dat onder ‘wegnemen’ van goed ex art. 310 Sr moet worden verstaan het zich verschaffen van feitelijke heerschappij over goed dan wel het aan de feitelijke heerschappij van rechthebbende onttrekken van dat goed. Elektriciteit wordt in deze zin pas ‘weggenomen’ door verbruik ervan door apparaten of installaties die zijn aangesloten op elektriciteitsnet (vgl. HR:2015:3361). Dat als algemeen uitgangspunt kan gelden dat rechthebbende weet wat zich in zijn pand bevindt dan wel wat zich daar afspeelt, volstaat doorgaans niet voor bewijs van opzettelijk wegnemen van elektriciteit. Wel kunnen concrete gedragingen van verdachte waaruit zijn betrokkenheid bij die teelt blijkt en omstandigheden waaronder die teelt plaatsvond, meebrengen dat (het niet anders kan zijn dan dat) verdachte zich ook heeft schuldig gemaakt aan wegnemen van de daarbij gebruikte elektriciteit (vgl. HR:2019:554). Diefstal met verbreking kan niet z.m. worden afgeleid uit gebruikte bewijsvoering. Volgt gedeeltelijke vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 19/04229 P.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken