HR 9 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:554
Hennepteelt in woning (art. 3B Opiumwet), aanwezig hebben van hennep (art. 3 C Opiumwet) en diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr). Bewijs diefstal van elektriciteit bij hennepteelt. B.m. houden in dat zegels van hoofdaansluitkast waren verbroken en stroom t.b.v. hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Hof heeft voorts, niet onbegrijpelijk, vastgesteld dat het standpunt van verdachte dat een derde hennepkwekerij in zijn woning heeft ingericht en geëxploiteerd “zelfs het begin van aannemelijkheid ontbeert”. Dit in aanmerking genomen, is ’s Hofs kennelijke oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het verdachte is geweest die t.b.v. telen van hennep in zijn woning met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een hoeveelheid stroom heeft weggenomen d.m.v. verbreking, niet onbegrijpelijk en is het toereikend gemotiveerd. De enkele omstandigheid dat blijkens b.m. verdachte in de maand juli in gezelschap van een andere man bij het pand is gezien maakt dat niet anders. Volgt verwerping. Samenhang met 18/03034 P. CAG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl