HR 30 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:478
Profijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.2 (oud) en 36e.3 Sr. Kon hof oordelen dat toepassing kan worden gegeven aan art. 36e.3 Sr, zoals dat luidt sinds 1-7-2011, en dat ontbreken van strafrechtelijk financieel onderzoek geen beletsel vormt voor het o.g.v. die bepaling opleggen van betalingsverplichting aan betrokkene? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:2714 m.b.t. vereiste van strafrechtelijk financieel onderzoek. Hof heeft vastgesteld dat misdrijven waarvoor betrokkene is veroordeeld mede zijn begaan vóór 1-7-2011 en dat niet is gebleken dat jegens betrokkene een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld. Hof heeft vervolgens geoordeeld dat art. 36e.3 Sr in zijn huidige vorm t.a.v. betrokkene slechts buiten toepassing dient te blijven v.zv. het gaat om periode van bewezenverklaarde gewoontewitwassen vóór 1-7-2011. Daarmee heeft hof miskend hetgeen hiervoor onder is vooropgesteld. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl