HR 2 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:250
Feitelijke aanranding van eerbaarheid van 16-jarig meisje met psychische problematiek door 40-jarige verdachte, die haar midden in de nacht meeneemt naar kamer boven zijn shoarmazaak, art. 246 Sr. Vordering benadeelde partij. Is sprake van rechtstreekse schade als b.p. t.g.v. bewezenverklaard handelen van verdachte afstand heeft gedaan van door politie inbeslaggenomen aan haar toebehorende kledingstukken? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2019:793. ‘s Hofs oordeel dat tussen bewezenverklaard handelen van verdachte en schade voldoende verband bestaat om te kunnen aannemen dat b.p. door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden, is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat tijdens bewezenverklaarde b.p. deze kledingstukken droeg en verdachte deze kledingstukken tegen haar wil wegtrok. Daaraan doet niet af dat b.p. zelf afstand heeft gedaan van kledingstukken. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl