HR 16 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:217
Medeplegen gekwalificeerde doodslag bij woningoverval in Gees. 1. TBS met dwangverpleging opgelegd in h.b., nadat in e.a. geen TBS is opgelegd en in h.b. geen TBS is gevorderd. Verbazingscriterium. Kon hof TBS opleggen zonder dat verdediging zich daarover ttz. heeft kunnen uitlaten? 2. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. Hof heeft toereikend gemotiveerd waarom het naast gevangenisstraf, zoals door OM gevorderd, TBS heeft opgelegd. Uit die motivering blijkt dat is voldaan aan voorwaarden die art. 37.2 en 37.3 (oud) Sr jo. art. 37a (oud) Sr aan oplegging van die maatregel stelt. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat hof ttz. rapportage van PBC en daarin gerapporteerde stoornis alsmede recidive van verdachte aan de orde heeft gesteld, kan niet gezegd worden dat oplegging van TBS een zodanige mate van verbazing wekt dat hof daartoe in de gegeven omstandigheden niet z.m. mocht overgaan. Daarbij verdient opmerking dat opleggen van maatregel waarover partijen zich ttz. niet hebben uitgelaten in beginsel niet onverenigbaar is met art. 6 EVRM (vgl. t.a.v. oplegging van zwaardere straf ECLI:NL:HR:2013:BY9985). Ad 2. HR ambtshalve: HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. Samenhang met 19/04191.
De uitspraak op rechtspraak.nl