HR 21 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1945
Opzettelijk aanwezig hebben van in de grond aangetroffen 17,60 kg MDA (art. 2.C Opiumwet) en voorbereidingshandelingen voor productie van synthetische drugs d.m.v. voorhanden hebben van in de grond aangetroffen stempels t.b.v. tabletteermachine (art. 10a.1.3 Opiumwet). Aanwezig hebben en voorhanden hebben in Opiumwet. 1. Bewijsklacht opzettelijk aanwezig hebben van MDA. 2. Bewijsklacht voorhanden hebben van stempels t.b.v. tabletteermachine. Ad 1. en 2. Van “aanwezig hebben” a.b.i. art.2.C en art. 3.C Opiumwet is sprake als verdachte feitelijke macht over de verdovende middelen kan uitoefenen in de zin dat hij daarover kan beschikken. De verdovende middelen hoeven zich daarvoor niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van verdachte te bevinden. Voor bewezenverklaring van “aanwezig hebben” hoeft niet te kunnen worden vastgesteld dat de verdovende middelen aan verdachte toebehoren (vgl. HR:1985:AC8903) of dat sprake is van beschikkings- of beheersbevoegdheid t.a.v. verdovende middelen (vgl. HR:1980:AC6985). Van “voorhanden hebben” a.b.i. art. 10a.1 Opiumwet is sprake als verdachte feitelijke macht over voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen kan uitoefenen in de zin dat hij daarover kan beschikken. Die voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen hoeven zich daarvoor niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van verdachte te bevinden. Voor bewezenverklaring van “voorhanden hebben” hoeft niet te kunnen worden vastgesteld dat voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen aan verdachte toebehoren of dat ten aanzien daarvan sprake is van beschikkings- of beheersbevoegdheid. Bewezenverklaring houdt in dat verdachte de in de grond aangetroffen 17,60 kg MDA opzettelijk “aanwezig heeft gehad” en hij de daar aangetroffen grote hoeveelheid stempels t.b.v. tabletteermachine “voorhanden heeft gehad”. Hof heeft allereerst aan bewezenverklaring van deze feiten ten grondslag gelegd dat verdachte de beschikking had over woning, omliggend perceel en daarop gevestigde loodsen en dat hij toegang had tot alle onderdelen van het terrein en de zich daarop bevindende gebouwen. Daarnaast heeft hof vaststellingen gedaan t.a.v. daar aangetroffen voorwerpen. Hof heeft verder in aanmerking genomen dat het geen geloof hecht aan de door verdachte afgelegde verklaring over zogenoemde ‘paardenman’, het niet aannemelijk is dat iemand anders dan verdachte bij tlgd. goederen is betrokken en zakken MDA en stempels zijn gerelateerd aan productie van synthetische drugs. Het hierop gebaseerde oordeel dat verdachte de in de grond aangetroffen 17,60 kg MDA opzettelijk aanwezig heeft gehad en dat hij de in de grond aangetroffen grote hoeveelheid stempels t.b.v. tabletteermachine voorhanden heeft gehad (waarin besloten ligt dat verdachte feitelijke macht kon uitoefenen over die MDA en die stempels en dat verdachte opzet had op de aanwezigheid van die goederen) getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl