HR 21 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1933

Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld. Heeft zich omstandigheid voorgedaan waaruit voortvloeit dat einduitspraak verdachte bekend is a.b.i. art. 408.2 Sv, nu in “bonnenbriefje” geen parketnummer en onjuiste datum vonnis Ktr zijn vermeld? In de bestreden uitspraak ligt als ’s hofs oordeel besloten dat geen sprake is van omstandigheid zoals vermeld in art. 408.1 Sv. O.g.v. art. 408.2 Sv moet verdachte in dat geval binnen veertien dagen nadat zich omstandigheid voordoet waaruit voortvloeit dat de einduitspraak verdachte bekend is, h.b. instellen tegen vonnis van Rb. Van ‘omstandigheid waaruit voortvloeit dat de einduitspraak verdachte bekend is’ is sprake als verdachte op de hoogte wordt gesteld van datgene wat voor hem van belang is voor besluitvorming t.a.v. het instellen van h.b., zoals aard of zwaarte van de bij het vonnis opgelegde straf(fen) of maatregel(en). (Vgl. HR:2013:BZ1940.) In ’s hofs overwegingen ligt besloten dat op grond van p-v van mededeling van een niet onherroepelijk vonnis of arrest en mededeling uitspraak, in onderlinge samenhang bezien, kan worden vastgesteld dat verdachte op 10 maart 2020 over voldoende gegevens beschikte over wat voor hem van belang was voor het instellen van h.b. en dat verhandelde ttz. hof geen aanleiding heeft gegeven daar anders over te oordelen. ’s Hofs daarop gebaseerde oordeel dat verdachte binnen veertien dagen na 10 maart 2020 h.b. kon instellen, is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken