HR 2 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1552
Bedreiging (art. 285.1 Sr) en belediging van ambtenaar, meermalen gepleegd (art. 266.1 jo. 267.2 Sr). Vordering tot tenuitvoerlegging en bevelen van vervangende hechtenis die duur van niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt, art. 6:6:21 Sv en 22d Sr. Omzetting 2 weken voorwaardelijke gevangenisstraf in taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis. O.g.v. art. 6:6:21.1 Sv kan rechter gelasten dat niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf alsnog geheel of gedeeltelijk zal worden tenuitvoergelegd. Wet voorziet niet in mogelijkheid dat rechter zal gelasten dat vrijheidsstraf zal worden tenuitvoergelegd die van langere duur is dan niet tenuitvoergelegde straf. Redelijke wetsuitleg brengt mee dat het rechter ook niet vrij staat, als hij o.g.v. art. 6:6:21.2 Sv in plaats van tul van vrijheidsstraf de tul van taakstraf gelast, vervangende hechtenis te bevelen waarvan duur langer is dan duur van niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf (vgl. HR:2018:834). HR bepaalt dat vervangende hechtenis 2 weken beloopt en merkt op dat hier sprake is van een onmiddellijk kenbare fout die zich voor eenvoudig herstel leent door rechter(s) die op zaak heeft/hebben gezeten overeenkomstig HR:2010:BJ7243 en HR:2012:BW1478, welke wijze van herstel de voorkeur verdient. Volgt vernietiging wat betreft duur van vervangende hechtenis t.a.v. bevolen tul van taakstraf.
De uitspraak op rechtspraak.nl