HR 12 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1478
Wijzen van een "herstelbeslissing". Het Hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 22 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Vier weken later maakt het Hof een "herstelbeslissing" inhoudende dat de verdachte bij het eerdere arrest is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN BJ7243. De HR voegt hieraan toe dat het gaat om een zelfstandige, niet in de wet verankerde en beperkte mogelijkheid voor de feitenrechter om een in zijn uitspraak voorkomende kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent te verbeteren. Dat brengt mee dat de feitenrechter slechts in evidente gevallen gebruik kan maken van de bevoegdheid het dictum te verbeteren, mede met het oog op de richtige executie van de uitspraak. Er is gelet op het voorgaande geen aanleiding in strafzaken de procespartijen in de gelegenheid te stellen zich over een voorgenomen verbetering uit te laten. Een herstelbeslissing dient te worden gewezen door de rechter(s) die op de zaak heeft/hebben gezeten (vgl. HR LJN BT8778). De griffier dient er zorg voor te dragen dat de herstelbeslissing wordt aangetekend op dan wel wordt gehecht aan het origineel van de uitspraak en per gewone brief ter kennis van de procespartijen wordt gebracht. Tegen de verbetering (of de weigering daarvan) staat geen rechtsmiddel open. Een herstelbeslissing (of de weigering daarvan) heeft evenmin invloed op de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel in de strafzaak. I.c. vernietigt de HR de bestreden uitspraak van het Hof ambtshalve nu het Hof met zijn "herstelbeslissing" ernstige twijfel heeft doen ontstaan omtrent de opgelegde vrijheidsstraf.
De uitspraak op rechtspraak.nl