HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:912

Deelname (als leider) aan criminele organisatie die zich op grote schaal bezighoudt met handel in hennepstekken (art. 11a (oud) Opiumwet), medeplegen bedrijfsmatige teelt grote hoeveelheid hennep (art. 3.B jo. 11.3 en 11.5 Opiumwet), medeplegen aanwezig hebben grote hoeveelheid hennep (art. 3.C jo. 11. 5 Opiumwet) en medeplegen voorhanden hebben stroomstootwapen (art. 26.1 WWM) en gasdrukpistool (art. 13.1 WWM). Bewijsklachten Promis-werkwijze, waarbij hof heeft volstaan met opsomming van data en vindplaatsen van groot aantal tapgesprekken. Is bewezenverklaring toereikend gemotiveerd in het licht van motiveringseisen die gelden bij toepassing Promis-werkwijze? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2007:BA0424, inhoudende dat Promis-werkwijze op zichzelf niet onverenigbaar is met wettelijke voorschriften t.a.v. bewijsvoering. In het licht daarvan heeft hof de bewezenverklaring van feit 2 (medeplegen bedrijfsmatige teelt grote hoeveelheid hennep) niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Daarbij neemt HR mede in aanmerking dat: (i) bewijsvoering in door hof bevestigd vonnis in belangrijke mate steunt op “conclusies” die zijn getrokken “uit telefoongesprekken die verdachten voorafgaand aan en na het binnenvallen van plantage voeren”, zonder zakelijke samenvatting van redengevende inhoud van telefoongesprekken waaraan het die “conclusies” heeft ontleend; (ii) hof die bewijsvoering in aanvulling op arrest - die, gelet op hetgeen hof in arrest heeft overwogen in zijn “Aanvullende bewijsoverwegingen” m.b.t. criminele organisatie, slechts b.m. t.a.v. criminele organisatie bevat - niet alsnog heeft voorzien van dergelijke samenvatting, terwijl het daarin evenmin overige in arrest genoemde “aanvullende” b.m. heeft opgenomen. Ook voor zover geklaagd wordt over bewijsvoering t.a.v. feiten 3 t/m 7 (medeplegen bedrijfsmatige teelt grote hoeveelheid hennep) slagen middelen. HR neemt daarbij mede in aanmerking dat bewijsvoering ook in zoverre in belangrijke mate steunt op “conclusies” die zijn getrokken “uit telefoongesprekken die verdachten voorafgaand aan en na binnenvallen van plantage voeren”, zonder zakelijke samenvatting van redengevende inhoud van telefoongesprekken waaraan het die “conclusies” heeft ontleend. HR neemt voorts t.a.v. onder 1 tlgd. (deelname aan criminele organisatie) in aanmerking dat hof in “Aanvulling b.m.” weliswaar aanvullende b.m. heeft opgenomen, maar daarbij heeft volstaan met opsommen van data en vindplaatsen in procesdossier van in totaal ruim 400 tapgesprekken en sms-berichten en het daarbij als bijlagen voegen van kopieën van schriftelijke weergaven van deel van die tapgesprekken, zonder zakelijke samenvatting te geven van redengevende inhoud van die tapgesprekken en sms-berichten. T.a.v. onder 8 t/m 10 bewezenverklaarde (medeplegen aanwezig hebben hennep en voorhanden hebben wapens) is, gelet op inhoud bewijsvoering en achterwege blijven aannemelijke verklaring verdachte, verwijzing naar wettige b.m. waaraan redengevende f&o zijn ontleend voldoende eenduidig en nauwkeurig om te kunnen beoordelen dat bewezenverklaring in toereikende mate steunt op inhoud van wettige b.m. In zoverre falen de middelen. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 19/01885, 19/01929 en 19/01967.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken