HR 2 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:892
Valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) door e-mails te sturen aan 2 klanten van zijn opdrachtgever teneinde facturen op eigen rekening te innen, art. 225.1 Sr. 1. Begrijpelijkheid ’s hofs oordeel dat appeldagvaarding door verdachte in persoon in ontvangst is genomen. 2. Bewijsklacht bewezenverklaarde periode. Eén van de e-mails is vóór bewezenverklaarde periode verzonden. 3. Vordering b.p. Ontvankelijkheid in h.b., nu in h.b. andere rechtspersoon dan b.p. voegingsformulier heeft ingediend? Art. 421.3 Sv. 4. Vordering b.p. Rechtstreekse schade, nu deel van bedrag is verkregen n.a.v. e-mail die buiten bewezenverklaarde periode valt? 5. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1., 2., 3. en 4. HR: art. 81.1 RO. Ad 5. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte verplichting opgelegd om aan Staat ten behoeve van in arrest genoemd slachtoffer in arrest vermeld bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ’s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. CAG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep.
De uitspraak op rechtspraak.nl