HR 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:726
Procesrecht. Goederenrecht. Geschil over erfgrens. Comparitie na aanbrengen in hoger beroep. Onmiddellijkheidsbeginsel. Had het hof partijen moeten wijzen op hun recht op een mondelinge behandeling ten overstaan van de drie raadsheren die zouden gaan beslissen? Verkrijgende verjaring. Heeft gedaagde de stelling van eiser voldoende gemotiveerd betwist? Passeren aanbod tegenbewijs.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 12 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1202
- HR 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:271
- HR 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2320
- HR 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:976
- HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3259
- HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:662
- HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076
- HR 17 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6508
- HR 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP9860
- HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7817