HR 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:432
Beklag, beslag ex. art. 94 Sv op geldbedrag van € 10.000 in door vader van klager bestuurde auto (verstopt in plafond) t.z.v. verdenking van witwassen. Heeft Rb juiste maatstaf toegepast? Strafzaak tegen vader is geseponeerd. Rb verklaart beklag ongegrond omdat niet buiten redelijke twijfel is dat klager als eigenaar/rechthebbende van geld moet worden aangemerkt. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BL2823 m.b.t. aan te leggen maatstaf ingeval het belang van strafvordering het voortduren van een ex art. 94 Sv gelegd beslag niet meer vordert en waarin een derde klaagschrift heeft ingediend strekkende tot teruggave. Door te overwegen dat niet buiten redelijke twijfel is dat klager als eigenaar/rechthebbende van geld moet worden aangemerkt, heeft Rb andere dan toepasselijke - en dus een onjuiste - maatstaf aangelegd. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 18/04519 B.
De uitspraak op rechtspraak.nl