HR 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:404

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder klager t.z.v. verdenking van handel in en vervoer van verdovende middelen en beslag ex art. 1:37 Algemene douanewet op die auto met verborgen bergplaats, kennelijk ingericht of toegerust om goederen aan ambtelijk toezicht te onttrekken. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep v.zv. gericht tegen strafvorderlijk beslag, nu Pr in strafvonnis tegen klager auto tot bedrag € 1000 verbeurd heeft verklaard met teruggave voor het overige? 2. Aanhoudingsverzoek t.a.v. douanebeslag. Ad. 1. Beslissing omtrent beslag in strafzaak betekent dat klager, die teruggave heeft verzocht van inbeslaggenomen personenauto ten aanzien waarvan inmiddels bij strafvonnis is beslist, geen belang meer heeft bij beroep tegen beschikking v.zv. daarbij ex art. 552a Sv ingediend klaagschrift ongegrond is verklaard. In bestreden beschikking is naar zijn aard beslissing gegeven in afwachting van oordeel van strafrechter dienaangaande. Door diens beslissing omtrent beslag in strafzaak tegen klager kan op klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen. Klager in zoverre n-o. Ad. 2. Rb heeft aan beslissing tot afwijzing van verzoek om aanhouding van behandeling van klaagschrift dat betrekking heeft op beslag op auto ex art. 1:37.1 Adw, ten grondslag gelegd dat klager “geen belang” bij aanhouding heeft. Rb heeft dat oordeel gebaseerd op opvatting dat ongegrondverklaring van dat klaagschrift niet leidt tot verval van auto aan Staat, omdat op die auto tevens strafvorderlijk beslag is gelegd en dat daarom ook geen geldelijke tegemoetkoming kan worden toegekend o.g.v.art. 1:37.6 Adw jo. art. 552b.5 Sv en art. 33c.2 Sr. Daarmee berust oordeel Rb op onjuiste rechtsopvatting (vgl. ECLI:NL:HR:2020:403). Volgt in zoverre vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken