HR 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:375

BTW-fraude door verkoop naar buitenland te fingeren. Feitelijk leiding geven aan door rechtspersoon begane schijnverkopen van prepaid telefoonkaarten aan beweerdelijk Belgisch bedrijf, terwijl dat verkopen aan verschillende in Nederland gevestigde afnemers bleken te zijn, ter zake waarvan bij aangifte van daarover verschuldigde BTW is uitgegaan van verlegging van BTW-heffing naar buitenlands bedrijf. Bewijsklacht opzettelijk een bij belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd (art. 69.2 AWR), door te laag bedrag aan omzetbelasting op te geven aan Belastingdienst. V.zv. middel klaagt over ‘s hofs oordeel dat rechtspersoon in periode juli 2003 tot en met april 2004 in haar aangiften voor omzetbelasting telkens te lage bedragen aan belasting heeft opgegeven, slaagt het. De redenen daarvoor staan vermeld in ECLI:NL:HR:2020:374. HR doet zaak om doelmatigheidsredenen zelf af door verdachte vrij te spreken. Samenhang met 17/00929. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BT7075 en ECLI:NL:HR:2015:3440.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken