HR 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2011

Verduistering (meermalen gepleegd), art. 321 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Heeft zich omstandigheid voorgedaan waaruit voortvloeit dat einduitspraak verdachte bekend is, nu mededeling uitspraak en tekst van samenhangende ontnemingsbeslissing zijn uitgereikt aan verdachte? Hof heeft kennelijk aangenomen dat geen sprake is van omstandigheid vermeld in art. 408.1 Sv. Ex art. 408.2 Sv moet verdachte in dat geval binnen 14 dagen nadat zich omstandigheid voordoet waaruit voortvloeit dat einduitspraak verdachte bekend is, h.b. instellen tegen vonnis van Rb. Van ‘omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak verdachte bekend is’ is sprake als verdachte op de hoogte wordt gesteld van datgene wat voor hem van belang is voor besluitvorming t.a.v. instellen van h.b., zoals aard of zwaarte van de bij vonnis opgelegde straf(fen) of maatregel(en) (vgl. ECLI:NL:HR:2013:BZ1940). ’s Hofs oordeel dat zich omstandigheid heeft voorgedaan a.b.i. art. 408.2 Sv is niet begrijpelijk. Als al moet worden aangenomen, zoals hof heeft gedaan, dat niet alleen “mededeling uitspraak” maar ook tekst van ontnemingsbeslissing aan verdachte is uitgereikt, kan (gelet op inhoud van die ontnemingsbeslissing) aan die omstandigheid niet conclusie worden verbonden dat verdachte met die uitreiking op de hoogte is geraakt van datgene wat voor hem van belang is voor besluitvorming t.a.v. instellen van h.b., zoals aard of zwaarte van de bij vonnis opgelegde straf(fen) of maatregel(en). Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken