HR 28 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:124

Profijtontneming, w.v.v. uit diefstal in vereniging d.m.v. valse sleutels, meermalen gepleegd. Had het Hof de in rechte hoofdelijk toegewezen vorderingen b.p., terwijl niet betrokkene maar één van zijn mededaders deze vorderingen volledig heeft voldaan, in mindering moeten brengen op w.v.v. (art. 36e.9 Sr)? O.g.v. art. 36e.9 Sr wordt bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het w.v.v. wordt geschat, de aan een benadeelde derde in rechte toegekende vordering alsmede de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag t.b.v. het slachtoffer a.b.i. art. 36f Sr v.zv. die zijn voldaan, in mindering gebracht. Dit betekent dat met het bedrag waarop het door de betrokkene w.v.v. wordt geschat, het in art. 36e.9 Sr bedoelde bedrag aan schadevergoeding v.zv. dat door betrokkene is voldaan, wordt verrekend. Deze regeling beoogt te voorkomen dat iemand hetzelfde w.v.v. meermalen zou moeten terugbetalen, zij het aan verschillende (rechts)personen. Het oordeel van het Hof strekt ertoe dat i.c. niet o.g.v. art. 36e.9 Sr de verplichting bestaat (een evenredig deel van) de aan de b.p. toegekende en niet door de betrokkene maar door de mededader betaalde vorderingen in mindering te brengen bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het w.v.v. wordt geschat. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het is ook niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat door of namens betrokkene niet is aangevoerd en ook overigens niet is gebleken dat betrokkene zijn aandeel in de schuld aan de b.p. aan de betreffende mededader heeft betaald. Opmerking verdient nog dat, indien een betrokkene in het hier geschetste geval alsnog zijn aandeel in de schuld aan de b.p. voldoet door de betaling aan de mededader, hij o.g.v. art. 6:6:26.1 Sv het verzoek kan doen het bedrag van de opgelegde ontnemingsmaatregel te verminderen. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen