HR 30 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1123
Rijden onder invloed (art. 8.2.a WVW 1994) en snelheidsovertreding (art. 62 jo bord A1 RVV 1990). Executieverjaring i.h.k.v. (gedeeltelijke) toewijzing van vordering tul van voorwaardelijk opgelegde ontzegging bevoegdheid motorrijtuigen te besturen. Is recht tot uitvoering van die bijkomende straf o.g.v. art. 76.1 (oud) Sr jo. art. 70 Sr vervallen? O.g.v. art. 76 (oud) Sr jo. art. 70 Sr vervalt recht tot uitvoering van straf door verjaring (executieverjaring) en is termijn van deze verjaring een derde langer dan termijn van verjaring van recht tot strafvordering (vervolgingsverjaring). Deze bepaling is ook van toepassing in geval van bijkomende straf, zoals ontzegging van bevoegdheid motorrijtuigen te besturen. Termijn van executieverjaring vangt o.g.v. art. 76a (oud) Sr aan op “dag na die waarop rechterlijke uitspraak (...) kan worden ten uitvoer gelegd”. Op gronden weergegeven in CAG brengt redelijke uitleg van deze bepalingen mee dat in geval van voorwaardelijke veroordeling, onder “rechterlijke uitspraak” a.b.i. art. 76a (oud) Sr moet worden verstaan: uitspraak waarbij (gedeeltelijke) tul van voorwaardelijk opgelegde straf is gelast. Indien rechter tul van voorwaardelijke straf heeft gelast bij gelegenheid van veroordeling wegens door verdachte in proeftijd begaan (nieuw) strafbaar feit geldt daarbij het volgende. Aangezien in dat geval beslissing op vordering tul o.g.v. art. 361a Sv deel uitmaakt van uitspraak waarbij verdachte wordt veroordeeld wegens nieuw strafbaar feit, vangt termijn van executieverjaring t.z.v. alsnog ten uitvoer te leggen straf pas aan op dag na die waarop die uitspraak (waarbij verdachte is veroordeeld voor nieuw feit) ten uitvoer kan worden gelegd. Opvatting dat termijn van executieverjaring t.z.v. voorwaardelijk opgelegde straf aanvangt op dag na die waarop die straf is opgelegd, is - gelet op wat hiervoor is overwogen - onjuist. HR merkt op dat art. 14g.1 (oud) Sr art. 76 (oud) en 76a (oud) Sr en art. 557 (oud) Sv bij gedeeltelijke inwerkingtreding op 1-1-2020 van Wet USB zijn vervangen door resp. art. 6:6:21.1, 6:1:22, 6:1:23 en 6:1:16 Sv. Dat heeft in hiervoor weergegeven stelsel echter geen wijziging gebracht. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl