HR 9 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:542
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Achteraf deels betaalde elektriciteitsrekening in mindering brengen op schatting w.v.v.? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: ‘s Hofs kennelijke oordeel dat betrokkene weliswaar door elektriciteitsbedrijf is aangeslagen voor kosten van illegaal verbruikte elektriciteit doch niet is gebleken dat verdachte in dit verband daadwerkelijk kosten heeft gemaakt, is niet z.m. begrijpelijk, nu raadsvrouw ttz. met stukken onderbouwd heeft aangevoerd dat betrokkene (in ieder geval) een deel van elektriciteitsrekening daadwerkelijk heeft betaald en daarmee kosten heeft gemaakt die volgens haar in directe relatie staan tot delict (hennepteelt). Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 17/04615 en 18/01277.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
9 april 2019
Strafkamer
nr. S 18/01265 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 11 september 2017, nummer 21/004373-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft M.M. Helmers, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het middel
2.1 Het middel klaagt dat het Hof bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, niet de aan Stedin B.V. deels betaalde elektriciteitsrekening in mindering heeft gebracht.
2.2 Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 13 en 14 is het middel terecht voorgesteld.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 april 2019.