HR 9 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:541
Medeplegen hennepteelt (art. 3.B Opiumwet) en medeplegen diefstal d.m.v. verbreking van elektriciteit (art. 311.1 Sr) in woning medeverdachte. Heeft Hof in strijd met art. 359.2.2 Sv verzuimd gemotiveerd te beslissen op uos m.b.t. (on)betrouwbaarheid van verklaringen van medeverdachte? Hetgeen door raadsman ttz. in h.b. naar voren is gebracht m.b.t. (on)betrouwbaarheid van verklaringen van medeverdachte, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van ondubbelzinnige conclusie t.o.v. Hof naar voren is gebracht. Hof is in zijn arrest van uos afgeweken door deze verklaringen voor het bewijs te bezigen. Aangezien Hof in dat verband niet meer heeft overwogen dan dat verweer wordt weersproken door gebezigde b.m. en het "geen reden [heeft] om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen", heeft Hof - in aanmerking genomen dat uit gebezigde b.m. niet blijkt waarom verweer niet opgaat - in strijd met art. 359.2.2 Sv in onvoldoende mate redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. Dat verzuim heeft ex art. 359.8 Sv nietigheid tot gevolg. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 18/01265 P en 18/01277.
De uitspraak op rechtspraak.nl