HR 10 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1933

Handelen in strijd met art. 3.B Opiumwet, terwijl feit betrekking heeft op grote hoeveelheid, en diefstal (art. 310 Sr). Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te laat is ingesteld. Omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak verdachte bekend is, art. 408.2 Sv. Kan uit akte van uitreiking waarnaar Hof verwijst worden afgeleid welk stuk c.q. welke stukken aan verdachte zijn uitgereikt, nu slechts parketnummer wordt vermeld? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: In het midden kan blijven op welk van op 2-8-2017 uitgesproken vonnissen akte van uitreiking d.d. 23-11-2017 betrekking heeft. Of die akte van uitreiking mededeling vonnis betreft, is immers niet gebleken. Dat Hof o.b.v. datum van uitreiking van die akte heeft aangenomen dat verdachte op 23-11-2017 bekend is geworden met vonnis en heeft geoordeeld dat h.b. op 12-1-2018 te laat is ingesteld, is dan ook niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 18/05542 P.

De uitspraak op rechtspraak.nl