HR 3 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1816
Beledigen van moslims door in het centrum van Eindhoven te zeggen/roepen: “Moslims are terrorists”. Middel richt zich met rechts- en motiveringsklachten tegen de bewezenverklaring. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BJ9796 t.a.v. vraag wanneer een uitlating als beledigend kan worden beschouwd. Art. 137c Sr vereist dat de uitlating onmiskenbaar betrekking heeft op een bepaalde groep mensen die door hun godsdienst wordt gekenmerkt en zich daardoor onderscheidt van anderen. (Vgl. ECLI:NL:HR:2009:BF0655.) Het o.m. in art. 10 EVRM gegarandeerde recht op vrijheid van meningsuiting staat aan een strafrechtelijke veroordeling t.z.v. groepsbelediging ex art. 137c Sr niet in de weg indien zo’n veroordeling een op grond van art. 10.2 EVRM toegelaten beperking van de vrijheid van meningsuiting vormt. Bij de beoordeling van een uitlating i.v.m. strafbaarheid daarvan wegens groepsbelediging a.b.i. voormelde wettelijke bepaling, dient acht te worden geslagen op de bewoordingen van die uitlating alsmede op de context waarin zij is gedaan. Daarbij dient onder ogen te worden gezien of de gewraakte uitlating een bijdrage kan leveren aan het publiek debat of een uiting is van artistieke expressie. Tevens dient onder ogen te worden gezien of de uitlating in dat verband niet onnodig grievend is. (Vgl. ECLI:NL:HR:2014:3583.) Hof heeft geoordeeld dat in de bewezenverklaring weergegeven uitlating op zichzelf beschouwd beledigend is a.b.i. art. 137c Sr. Daarbij heeft het in aanmerking genomen dat de uitlating “Moslims are terrorists” de strekking heeft moslims bij het publiek in een kwaad daglicht te stellen en hen als groep te treffen. Dit oordeel - dat het Hof heeft geplaatst tegen de achtergrond van het hiervoor weergegeven kader - geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Voorts heeft Hof geoordeeld dat de gewraakte uitlating geen artistieke expressie inhoudt noch een bijdrage kan leveren aan enig maatschappelijk debat. Deze oordelen - die het Hof heeft geplaatst tegen de achtergrond van het weergegeven kader - geven niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en zijn ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk. Voor zover het middel daarover klaagt, faalt het eveneens. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl