HR 2 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1066

Medeplegen poging diefstal d.m.v. verbreking (art. 311.1 Sr) en medeplegen erfvredebreuk (art. 138.1 Sr). Strafmotivering. Hof heeft in Roemenië woonachtige verdachte veroordeeld tot gevangenisstraf van 6 weken en daartoe o.m. overwogen dat het geen taakstraf zal opleggen gelet op feit dat verdachte niet beschikt over vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, zodat met hem geen afspraken met Reclassering kunnen worden gemaakt over tenuitvoerlegging van taakstraf. ’s Hofs oordeel toereikend gemotiveerd gelet op verweer raadsman? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2019:46, inhoudende dat enkele omstandigheid dat verdachte in andere EU-lidstaat dan Nederland woonachtig is, niet in de weg staat aan oplegging taakstraf. Die enkele omstandigheid belet evenmin tul van taakstraf in Nederland. Hof heeft met overweging dat het geen taakstraf aan verdachte zal opleggen omdat vanwege het niet beschikken over vaste woon- of verblijfplaats in Nederland geen afspraken kunnen worden gemaakt met Reclassering over tul van taakstraf, kennelijk als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat reeds enkele omstandigheid dat verdachte niet beschikt over een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland in de weg staat aan mogelijkheid tot tul van taakstraf in Nederland dan wel Roemenië. Dat oordeel is, gelet op hetgeen is vooropgesteld m.b.t. mogelijkheid om taakstraf die is opgelegd aan bewoner van andere lidstaat van EU ten uitvoer te leggen in Nederland dan wel in andere lidstaat, niet z.m. begrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat de in Roemenië woonachtige verdachte ttz. in h.b. heeft verklaard weer naar Nederland te zijn gekomen om hier te werken. Strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging (t.a.v. strafoplegging) en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken