HR 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:897

Werven van personen met als doel dat zij zullen zorgen voor bezittingen, huishouden en kinderen van gewapende strijder aan te merken als werven voor gewapende strijd ex art. 205 Sr? 1. OM-cassatie. Uitleg “gewapende strijd” a.b.i. art. 205 Sr in de context van werven voor jihad. 2. Cassatie verdachte. Ad 1. Gelet op de wetsgeschiedenis is slechts dan sprake van het werven "voor gewapende strijd" a.b.i. art. 205.1 Sr indien een persoon wordt geworven met het oog op diens rechtstreekse inzet t.b.v. de gewapende strijd. Hof heeft geoordeeld dat het werven van een persoon "voor het zorgen voor de bezittingen, het huishouden en de kinderen van een strijder" niet z.m. is aan te merken als het werven van iemand "voor gewapende strijd" a.b.i. art. 205.1 Sr. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd, mede i.h.l.v. hetgeen het Hof overigens heeft overwogen m.b.t. het voor werving a.b.i. art. 205.1 Sr vereiste beogen van daadwerkelijke deelname aan dan wel rechtstreekse inzet bij de gewapende strijd. De toepasselijke internationale regelgeving leidt niet tot een ander oordeel. Volgt verwerping. Ad 2. Geen middelen ingediend, verdachte n-o.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen