HR 29 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:782

Economische zaak. Onder zich hebben van groot aantal beschermde inheemse vogels, art. 13.1.a Flora- en Faunawet (oud). Kleurloos opzet. Middel berust kennelijk op de opvatting dat voor het opzettelijk begaan van de tlgd. overtreding van een voorschrift gesteld bij art. 13.1.a Flora- en Faunawet (oud) niet alleen is vereist dat verdachte opzettelijk dieren behorende tot een beschermde diersoort als in die bepaling bedoeld onder zich had, maar ook dat zijn opzet erop was gericht dat hij (aldus) in strijd met die bepaling handelde en dat de in art. 5 Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten opgenomen uitzondering op het verbod van art. 13 Flora- en Faunawet (oud) niet van toepassing was. Die rechtsopvatting is onjuist.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen