HR 23 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:64
Kroongetuige. Motiveringsplicht zittingsrechter t.a.v. rechtmatigheid afspraak met getuige a.b.i. art. 226g Sv en betrouwbaarheid van diens verklaringen. Ex art. 360.2 en .4 Sv behoort de rechter het gebruik voor het bewijs van de verklaring van een getuige met wie o.g.v. art. 226h.3 Sv door de OvJ een afspraak is gemaakt op straffe van nietigheid nader te motiveren. Dit betekent dat de rechter ervan blijk dient te geven zelfstandig de betrouwbaarheid van de verklaring te hebben onderzocht. Mede gelet op de wetsgeschiedenis strekt de in art. 360.2 Sv bedoelde motiveringsverplichting zich niet uit tot het oordeel van de rechter omtrent de rechtmatigheid van de afspraak a.b.i. art. 226g.2 Sv. Reeds in het gebruik van de verklaring van de getuige met wie de afspraak is gemaakt voor het bewijs ligt besloten dat de rechter niet tot een andersluidend oordeel t.z.v. de rechtmatigheid is gekomen dan in de beschikking van de RC a.b.i. art. 226h.3 Sv is vervat. Dat laat onverlet dat indien de rechter afwijkt van een uos t.a.v. de rechtmatigheid van die afspraak, hij gehouden is i.h.b. de redenen op te geven die daartoe hebben geleid o.g.v. art. 359.2 Sv. Hof heeft toereikend tot uitdrukking gebracht dat en waarom het de tot bewijs gebezigde verklaringen van de getuige betrouwbaar acht en, mede in aanmerking genomen dat het heeft vastgesteld dat de verdediging in h.b. de rechtmatigheid van de afspraak niet heeft betwist, zijn oordeel over de rechtmatigheid niet onbegrijpelijk gemotiveerd. Samenhang met 15/03982, 15/04093, 15/04391 en 15/04861.
De uitspraak op rechtspraak.nl