HR 3 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:499

Medeplegen opzettelijke brandstichting auto, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, art. 157.1 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. de grens tussen medeplegen en medeplichtigheid uit ECLI:NL:HR:2014: 3474, ECLI:NL:HR:2015:718 en ECLI:NL:HR:2016:1316. Falende bewijsklacht medeplegen, gelet op ’s Hofs vaststellingen o.m. inhoudende dat (i) het plan om de auto in brand te steken in het bijzijn van verdachte aan de keukentafel door zijn vader en mededader is besproken, (ii) verdachte daarna het voertuig heeft geregeld, (iii) hij vervolgens als bestuurder van dat voertuig mededader heeft opgehaald en met hem naar de in brand te steken auto is gereden alsmede dat op het moment dat mededader instapte de aanmaakblokjes al in het voertuig aanwezig waren, (iv) verdachte degene was die wist op welk adres die auto gevonden kon worden, (v) hij die auto aan de mededader heeft aangewezen en (vi) hij, nadat mededader de brand had gesticht, weer met mededader is weggereden. Aan toereikend motivering Hof doet niet af dat Hof heeft vastgesteld dat mededader "de feitelijke brandstichtende handelingen heeft gepleegd".

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken