HR 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2013
Toewijzing immateriële schade aan b.p. wegens erfvredebreuk, art. 138 Sr. Verdachte heeft b.p. A (die in het kader van zijn werk als toezichthouder bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit in het verleden het boerenbedrijf van verdachte heeft bezocht) en diens echtgenote b.p. B thuis opgezocht en zich niet aanstonds verwijderd toen A dat vorderde. Voldaan aan eisen art. 6:106 BW? Aantasting in de persoon? HR: art. 81.1 RO. CAG: Voor toewijsbaarheid van een vordering van vergoeding van schade die is veroorzaakt doordat benadeelde “op andere wijze in zijn persoon is aangetast” i.d.z.v. art. 6:106.1.b BW is uitgangspunt dat benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Bij A is blijkens de door de b.p. overgelegde stukken een posttraumatisch stress syndroom vastgesteld n.a.v. het bewezenverklaarde. Bij B heeft het Hof uit de door de b.p. geproduceerde stukken afgeleid dat het feit psychische klachten tot gevolg heeft gehad.
De uitspraak op rechtspraak.nl