HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1806
Bevoegdheidsverdeling burgerlijke rechter en strafrechter. Strafrechtelijke vervolging tegen agenten wegens doodslag; strafrechter oordeelt het noodzakelijk dat de agenten om veiligheidsredenen anoniem in strafzaak optreden. Vordering van nabestaanden in kort geding dat aan hen de namen van de verdachte agenten worden bekendgemaakt met het oog op uitoefening van slachtofferrechten in strafproces. Art. 112 lid 1 Grondwet; aanvullende rechtbescherming door burgerlijk rechter. Geen plaats voor voorzieningen door burgerlijke rechter met betrekking tot procesvoering bij andere rechter.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 7 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1433
- Rb. Den Haag 20 april 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:4052
- HR 20 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:58
- HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116
- HR 5 februari 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0848
- HR 28 februari 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0527
- HR 11 oktober 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0364
- HR 9 oktober 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC1066