HR 9 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:18

Medeplegen diefstal met geweld, art. 312.2 onder 2 Sr. OM n-o in vervolging vanwege “ruisstrategie” als opsporingsmethode? Hof heeft vastgesteld dat tijdens politieverhoor door politie aan verdachte en medeverdachte is medegedeeld dat naast de werkelijk weggenomen buit ook een fictieve buit is weggenomen met als doel een gesprek tussen beide verdachten over de overval op gang te brengen. Aan verwerping verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM in de vervolging heeft Hof ten grondslag gelegd dat het melden van de fictieve buit niet meer dan een beperkte inbreuk heeft gemaakt op de grondrechten van verdachte en niet zeer risicovol is geweest voor de integriteit en beheersbaarheid van de opsporing, zodat bij die wijze van opsporing geen sprake is geweest van schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting (vgl. ECLI:NL:HR:2004:AM2533). Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk, mede gelet op ’s Hofs vaststellingen omtrent de ernst van het feit (woningoverval in de avonduren, waarbij bewoners zijn bedreigd), het zonder resultaat zijn gebleven van andere opsporingsmethoden, de beperkte mate van misleiding (een enkele aan het strafbare feit gerelateerde mededeling over een fictieve buit), het verleend zijn van toestemming door de OvJ en de verslaglegging omtrent de inzet van het opsporingsmiddel en de aldus aan de rechter geboden mogelijkheid van controle daarop. Samenhang met 16/04245.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken