HR 18 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1687
Vordering tul o.g.v. niet naleving algemene voorwaarde en bepaling van de dag voor het onderzoek van de vordering tul, art. 14h.2 Sr. Heeft het Hof ten onrechte de tul bevolen van aan verdachte voorwaardelijk opgelegde straf terwijl art. 14h.2 Sr niet is nageleefd? Ex art. 14g.3 Sr is in geval de algemene voorwaarde, dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, niet is nageleefd, tot behandeling van de vordering tul bevoegd de rechter bij wie de zaak m.b.t. het nieuwe feit aanhangig wordt gemaakt en kan die vordering slechts bij gelegenheid van een veroordeling t.z.v. dat feit worden toegewezen. Ex art. 361a Sv, maakt de beslissing m.b.t. de gegrondheid van die vordering deel uit van de in de strafzaak gegeven uitspraak. I.g.v. overtreding van de algemene voorwaarde voorziet de wet dus in een gevoegde behandeling van de vordering tul en de (nieuwe) strafzaak (vgl. ECLI:NL:HR:2006:AX1665). De vordering tul is geen onderdeel van de dagvaarding t.z.v. het nieuwe feit, maar kan gelijktijdig met deze aan verdachte worden betekend of los daarvan, binnen de wettelijk gestelde termijnen. De rechter dient wel in één en hetzelfde vonnis uitspraak te doen m.b.t. het tlgd. nieuwe feit en m.b.t. de vordering tul. Art. 14g.3 Sr dient aldus te worden begrepen dat een afzonderlijke dagbepaling achterwege blijft i.g.v. de vordering tul wordt behandeld gelijktijdig met de behandeling van een feit waarvoor veroordeelde wordt vervolgd. De behandeling van die vordering vindt dan immers plaats op de dag van de tz. die door de voorzitter van de Rb ex art. 258.2, eerste volzin, Sv wordt bepaald op het verzoek en de voordracht van de OvJ. Het bepaalde in art. 14h.2, eerste volzin, Sr is daarom niet van toepassing op vorderingen tul wegens schending van de in art. 14c.1.a Sr bedoelde algemene voorwaarde dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Het middel gaat uit van de opvatting dat art. 14h.2, eerste volzin, Sr ook van toepassing is in een geval als het onderhavige. Die opvatting is onjuist. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl