HR 6 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:160
Invoer cocaïne op luchthaven Schiphol. Verklaring verdachte dat koffer met drugs niet van haar was, redengevend voor bewezenverklaring? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BV3442 m.b.t. motiveringsverplichting t.a.v. voor bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden in nadere overweging, welke verplichting niet geldt voor verklaringen die rechter onaannemelijk of ongeloofwaardig acht. Hof heeft bewezenverklaring mede doen steunen op de in b.m. opgenomen verklaring van verdachte dat de zwart-rode koffer - waarin cocaïne is aangetroffen - niet van haar is en dat zij niets met deze koffer te maken heeft. In zijn nadere bewijsoverwegingen heeft Hof tot uitdrukking gebracht dat het de juistheid van deze uitlatingen van verdachte onaannemelijk acht, maar niet dat het die uitlatingen als kennelijk leugenachtig tot bewijs bezigt. Hof heeft onderdelen van verklaring van verdachte, die niet redengevend zijn voor de bewezenverklaring, dus ten onrechte onder de b.m. opgenomen. Daarover klaagt het middel terecht. Dat behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden. Mede gelet op ‘s Hofs nadere bewijsoverwegingen is de bewezenverklaring, indien voormelde onderdelen van de verklaring van verdachte worden weggedacht, z.m. toereikend gemotiveerd. Daarom heeft verdachte onvoldoende rechtens te respecteren belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak. CAG: Hof heeft verklaring van verdachte als kennelijk leugenachtig aangemerkt.
De uitspraak op rechtspraak.nl