HR 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1160

Profijtontneming, w.v.v. uit passieve omkoping defensie-ambtenaar. Afwijzing verzoek tot voorafgaande schriftelijke conclusiewisseling, art. 511g.2.b Sv. Raadsman heeft verzoek gedaan tot het doen plaatsvinden van een schriftelijke voorbereiding a.b.i. art. 511g.2.b Sv. Op zo’n verzoek dient overeenkomstig art. 329 en 330 Sv - welke bepalingen ex art. 511g.2 Sv en art. 415.1 Sv ook in h.b. van toepassing zijn- ttz. te worden beslist, nadat OM daaromtrent is gehoord. De rechter is niet gehouden een schriftelijke voorbereiding toe te staan, maar kan daartoe beslissen indien dat naar zijn oordeel bijdraagt aan een doelmatig verloop van de ontnemingsprocedure. In dat verband verdient opmerking dat, v.zv. het verzoek tot het doen plaatsvinden van een schriftelijke voorbereiding verband houdt met de wens om stukken over te leggen, daarbij van belang kan zijn dat betrokkene, ook indien geen schriftelijke voorbereiding plaatsvindt, o.g.v. art. 414.1 Sv jo. art. 511g.2 Sv bevoegd is ter gelegenheid van de behandeling van de ontnemingsvordering ttz. in h.b. nieuwe bescheiden over te leggen. Oordeel of een schriftelijke voorbereiding bijdraagt aan een doelmatig verloop van de ontnemingsprocedure, is sterk verweven met aan de feitenrechter voorbehouden waarderingen van feitelijke aard omtrent bijvoorbeeld het procesverloop en de aan het verzoek ten grondslag gelegde gronden. Dat oordeel kan in cassatie slechts in beperkte mate worden getoetst. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat een schriftelijke voorbereiding niet bijdraagt aan een doelmatig verloop van de ontnemingsprocedure. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen