HR 12 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3119
Doorhaling stempelvonnis ex art. 378a.1 en 5 Sv indien ex art. 378.2.c Sv het mondeling vonnis in het p-v ttz is aangetekend. ‘s Hofs oordeel komt hierop neer dat gelet op de aantekening van het mondeling vonnis van de Kinderrechter a.b.i. art. 378a.1 Sv – een zgn. stempelvonnis – verdachte in e.a. is veroordeeld voor o.m. feit 1 in de zaak met parketnummer A en dat, nu dit feit gelet op de uit de appelakte blijkende beperking niet aan ’s Hofs oordeel was onderworpen, ex art. 423.4 Sv de straf voor dat feit diende te worden vastgesteld. Aldus heeft het Hof miskend dat genoemd stempelvonnis o.g.v. art. 378a.5 Sv is vervallen t.g.v. het aantekenen van het mondeling vonnis in het p-v ttz en dat het in het p-v ttz aangetekende mondeling vonnis van de Kinderrechter inhoudt dat verdachte is vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer A tlgd. Bijgevolg heeft het Hof ten onrechte beraadslaagd en beslist over hetgeen in de zaak met parketnummer A onder 1 is tlgd. en verdachte te dier zake schuldig verklaard zonder oplegging van straf. Volgt partiële vernietiging en vaststelling door HR dat verdachte is vrijgesproken van voormeld feit.
De uitspraak op rechtspraak.nl