HR 5 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3058

Verdachte heeft gehandeld i.s.m. een jegens hem uitgevaardigd gebiedsverbod, art. 2.4.25 lid 2 onder b APV Maastricht 2006. Bevel gebiedsontzegging voorafgaand aan pleegdatum uitgereikt aan verdachte? Gelet op art. 3:40 Awb is pas sprake van handelen i.s.m. een gebiedsontzegging o.g.v. art. 2.4.25 lid 2 en 6.1 APV, indien het daartoe strekkende besluit door bekendmaking in werking is getreden. Voor een bewezenverklaring t.z.v. art. 2.4.25 lid 2 APV is echter niet vereist dat vast komt te staan dat verdachte t.t.v. het zich bevinden in het aangewezen gebied wist of had moeten weten dat hij i.s.m. die gebiedsontzegging handelde. Onder bijzondere omstandigheden zou een mogelijke onbewustheid van de gebiedsontzegging van belang kunnen zijn voor de beoordeling van een beroep op AVAS (vgl. ECLI:NL:HR:2010:BM0255). Hof heeft bewezenverklaring mede doen steunen op een p-v waarin als verklaring van opsporingsambtenaar A is opgenomen dat het besluit aan verdachte "was (...) opgelegd en uitgereikt" en dat hem ambtshalve bekend was dat verdachte een gebiedsontzegging had. Mede in aanmerking genomen dat namens verdachte slechts is aangevoerd dat niet kan worden gecontroleerd of verdachte op de hoogte was van de gebiedsontzegging, is ’s Hofs kennelijke oordeel dat het besluit blijkens de gebezigde b.m. vóór het tijdstip van overtreding bekend is gemaakt en daarmee in werking is getreden, niet onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken