HR 8 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM0255
Art. 9.7 WVW 1994. Rijden met ingevorderd rijbewijs. Voor een bewezenverklaring t.z.v. art. 9.7 WVW1994 is niet vereist dat verdachte t.t.v. het besturen dan wel doen besturen van het motorrijtuig opzet of schuld had t.a.v. het ingevorderd zijn van het rijbewijs. Uit de bewijsmiddelen behoeft derhalve ook niet te blijken dat verdachte zich op bedoeld tijdstip in meerdere of mindere mate bewust was of had moeten zijn van de omstandigheid dat zijn rijbewijs was ingevorderd. Wel kan een mogelijk gebrekkige bewustheid van het ingevorderd zijn van het rijbewijs onder omstandigheden van belang kan zijn voor de beoordeling van een beroep op de strafuitsluitingsgrond afwezigheid van alle schuld.
De uitspraak op rechtspraak.nl