HR 14 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2855
Mishandeling door een ander een harde duw tegen zijn bovenlichaam te geven, waardoor deze ten val komt, art. 300.1 Sr. De bewezenverklaring dat verdachte A “opzettelijk mishandelend (…) met kracht tegen het (boven)lichaam heeft geduwd waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden” is, ook v.zv. deze betrekking heeft op de omstandigheid dat verdachte opzet - al dan niet in voorwaardelijke vorm - op het toebrengen van pijn en letsel heeft gehad, niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd, i.h.b. in aanmerking genomen dat uit de b.m. blijkt dat verdachte met zijn borstkas met kracht A een harde duw heeft gegeven tegen diens borstkas waardoor deze achterover op straat viel. CAG: anders.