HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:41
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; art. 7, lid 1, Wet BPM 1992; artt. 26 en 26a AWR. Hij die het kenteken van een auto op naam van een derde doet stellen en in verband daarmee de verschuldigde bpm op aangifte voldoet, kan zonder daartoe strekkende volmacht namens degene op wiens naam het kenteken wordt gesteld bezwaar maken tegen de voldoening op aangifte. Bezwaar maken kan hij ook ingeval niet hijzelf maar degene op wiens naam het kenteken wordt gesteld de volgens die aangifte verschuldigde bpm aan de belastingdienst heeft betaald.
De uitspraak op rechtspraak.nl