HR 8 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:379

Profijtontneming. 1. Verzoek tot het horen van getuigen. Voortbouwend appel. 2. Uos. Ad 1. Ook in ontnemingszaken geldt hetgeen is overwogen in ECLI:NL:HR:2014:1496, te weten dat het in de cassatieprocedure niet meer gaat om het al dan niet oproepen of horen van getuigen maar uitsluitend om de toetsing van de beslissingen van de feitenrechter dienaangaande. Bij een afwijzing van een verzoek tot het oproepen van getuigen wordt in cassatie beoordeeld of de beslissing begrijpelijk is in het licht van - als waren het communicerende vaten - enerzijds hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd en anderzijds de gronden waarop het is afgewezen. Voorts geldt ook in ontnemingszaken dat het karakter van het voortbouwend appel kan worden betrokken bij de motivering van de beslissingen ter zake van verzoeken tot het (doen) horen van getuigen (vgl. ECLI:NL: HR:2011:BP2675). I.c. is ’s Hofs oordeel dat het verzoek tot het horen van de getuigen dient te worden afgewezen nu dit onvoldoende is onderbouwd niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ad 2. ’s Hof oordeel dat de verdediging onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van openstaande rekeningen van verschillende afnemers is gelet op hetgeen is aangevoerd niet onbegrijpelijk, ook niet in het licht van het door het Hof gebezigde bewijsmiddel waaruit volgt dat één van de afnemers nog een schuld had openstaan van € 40,-. Conclusie AG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken