HR 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2909

Mensenhandel, art. 273f.1 sub 3 Sr. 1. Middel betoogt dat de toepassing van de strafbaarstelling van art. 273f.1 sub 3 Sr in strijd is met het recht van de Europese Unie omdat de aanwerving van meerderjarigen voor vrijwillige prostitutiewerkzaamheden slechts strafbaar is gesteld voor zover deze personen uit het buitenland worden geworven. HR: Voor zover het middel berust op de opvatting dat het enkele aanwerven van personen t.b.v. het vrijwillig verrichten van prostitutiewerkzaamheden in een ander land, zonder meer strafbaar is op grond van art. 273f.1 sub 3 Sr, miskent het dat “uitbuiting” een impliciet bestanddeel is van art. 273f.1 sub 3 (vgl. ECLI:NL:HR:2016:857). Het hof heeft i.c. vastgesteld dat verdachte onder meer door dreiging met geweld X heeft geworven met het oogmerk van seksuele uitbuiting alsmede dat hij opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting. Ook i.c. berust de veroordeling derhalve niet uitsluitend daarop dat verdachte een persoon uit het buitenland heeft aangeworven en/of medegenomen. 2. In aanmerking genomen dat en waarom de klacht niet tot cassatie kan leiden is het verzoek om prejudiciële vragen te stellen niet voor inwilliging vatbaar. Samenhang met 15/04435.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken